De Spaanse griep pandemie

De Spaande griep, de voorlaatste pandemie, kostte naar schatting ergens tussen de 50 en 100 miljoen levens en werd in de hand gewerkt door de aflopende eerste wereldoorlog. Miljoenen militairen en aanverwant konden naar huis, en de Spaanse griep pandemie was een feit.

38 000 Nederlanders stierven aan de gevolgen. Op een totale bevolking van een dikke 6 miljoen inwoners destijds, is dat best heel pittig te noemen. De toenmalige regering deed geen pogingen de ziekte in te dammen en de maatregelen die er wel werden getroffen waren alleen op regionaal niveau. Wel werden er in kranten adviezen geplaatst hoe persoonlijke hygiëne en een schone (werk) omgeving kon helpen om niet ziek te worden.

Kortom, de aanpak van de pandemie, als er gesproken mocht worden van een aanpak, was op zijn minst laks te noemen.

Artsen verklaarden openbaar dat de ziekte een goedaardig karakter had, en zo leek het ook. In het begin dan, want nadat pandemie in Nederland afgezakt en wellicht verdwenen leek, stak het virus in het najaar plotseling in volle hevigheid weer de kop op. Ditmaal een heel stuk dodelijker. Er waren gevallen dat mensen binnen enkele uren ziek werden en overleden, maar meestal duurde het toch enkele dagen tot men er aan overleed.

Dat een virus verantwoordelijk was voor de ziekte was destijds nog helemaal niet bekend, en gedacht werd dat de ziekte voortkwam uit het gebruik van gifgassen ten tijde van de oorlog. Het belang van hygiëne en afstand houden van elkaar was toch al wel doorgedrongen.

Ziekenhuizen lagen vol, maar medisch personeel was nauwelijks meer voorhanden. Artsen hadden geen idee hoe zij de ziekte moesten bestrijden, en schreven daarom maar bedrust, aspirine en hoestdrank voor. In sommige gevallen werden patiënten zelfs geïnjecteerd met iets wat sublimaat wordt genoemd, een kwikverbinding, dus hoogst giftig.

Frappant genoeg grepen veel mensen ook naar de drankfles. Alcohol ontsmet immers, en dus zou dat ook kunnen werken, was de redenatie.

In een tijd van voedseltekorten, rantsoenering en grootschalige armoede, kon de ziekte letterlijk vrij huishouden met een regering die andere dingen aan het hoofd had dan een pandemie.

De pandemie hield flink huis tot en met de zomer van 1919, en zwakte toen af. Net toen men dacht dat de pandemie voorbij was, sloeg het in 1920 nog een keer toe. Ditmaal een stuk minder hevig en zeker minder dodelijk, tot het plotseling ook weer even snel verdween als het was gekomen.

0 0 stemmen
Artikelbeoordeling
Abonneer
Laat het weten als er
guest
0 Reacties
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties
Rubrieken
Docs (beta)