
De schimmige wereld van ufo’s [LongRead]
Ufo’s.. Geen enkel bewijs voor een buitenaardse herkomst. Wel onderzoeken en conclusies, en, vreemd genoeg, toch ook geheimhouding tot in de hoogste regionen.

Ufo’s.. Geen enkel bewijs voor een buitenaardse herkomst. Wel onderzoeken en conclusies, en, vreemd genoeg, toch ook geheimhouding tot in de hoogste regionen.

Stichting Skepsis haalde onlangs een artikel over een aan ufo’s gerelateerd onderwerp uit de mottenballen. Maar had er beter aan gedaan toch even het artikel tegen het licht te houden.

Op de website van het gerenommeerde Universe Today werd de vraag wederom gesteld. Auteur Fraser Cain gaat echter in het antwoord wel een beetje kort door de bocht en tuint met open ogen in de valkuilen die menig fantast voor hem heeft gegraven.

Waarom de wetenschap de vingers niet brandt aan ufo’s

Zelf een heuse ufo zien levert een vreemde situatie op!


Legio feiten en toch een vergruisd onderwerp. Waar ging het fout?

4 Juli 1947: De net bestaande US Airforce maakt zelf met grote bombarie bekend een echte vliegende schotel te hebben geborgen, en het wordt prompt ook wereldnieuws. Kort daarop trekt de US Airforce het nieuws weer in. Het was geen vliegende schotel, maar een weerballon met wat stukjes hout en folie. Toch wel een groot verschil en zeker een die elk normaal denkend mens toch op zijn minst even een “pardon, wat?” momentje zal moeten bezorgen. Inmiddels is het al heel lang bekend dat het ook geen weerballon was wat indertijd neerkwam. De verklaring van de US Airforce is over de jaren verschillende malen bijgesteld. Maar als het dan geen weerballon was, wat dan wel?

In 1967 werd Shag Harbour, in Nova Scotio, Canada, opgeschrikt door een gebeurtenis die het kleine vissersdorpje letterlijk op de kaart zette.

Een veelgehoorde tegenwerping in het debat rond het ufofenomeen is dat astronomen nooit een ufowaarneming doen. Zij lijken immers de aangewezen personen waarvan je mag verwachten dat zij in ieder geval ook iets zien als er iets te zien valt. Deze professionele hemelkijkers speuren immers voor hun beroep, of zelfs hobby, de hemel af. Maar wie zegt eigenlijk dat deze mensen nooit iets zien?